Welkom
Het Alkmaarse Natuur- en Letterkundig Genootschap Physica, opgericht in 1782 en sinds 16 oktober 2007 koninklijk, organiseert jaarlijks voor zijn leden en genodigden een zevental lezingen op het gebied van de α en β-wetenschappen. Daarnaast organiseren discussiegroepen periodieke bijeenkomsten waarop onderwerpen aan de hand van geselecteerde litteratuur uitvoerig worden besproken.
Leden en aspirant-leden krijgen door zich te registreren een inlognaam, wachtwoord en daarmee onderscheiden toegangsrechten op deze site. Door met deze gegevens in te loggen kunnen zij ook de besloten delen van de site bezoeken en er informatie uit ophalen.
Andere bezoekers zien alleen het openbare deel van deze website.
Voor inlichtingen over Physica of opmerkingen mbt deze website kunt u contact opnemen met het secretariaat
Avondbijeenkomst 6 februari 2012
Het bestuur nodigt leden en genodigden uit voor de bijeenkomst op maandag 6 februari om 20:00 uur stipt in de Trefpuntkerk, Louise de Colignystraat 20, 1814 JA te Alkmaar. Op deze avond zal spreken:
prof.dr. J.W.M. Roebroeks over "Het vroegste gebruik van vuur en de IJstijd-bewoningsgeschiedenis van Europa."
Het convocaat kunt u hier downloaden. Heeft u problemen met het downloaden, dan kunnen deze aanwijzingen u misschien helpen.

Een van de (vele) debatten in de archeologie van vroege mensachtigen gaat over de vraag wanneer onze vroege voorouders vuur begonnen te gebruiken en te produceren. Darwin veronderstelde reeds dat de bewoning van koudere streken, zoals Europa, mogelijk gemaakt werd door het systematisch gebruik van vuur, en zijn aanname vertegenwoordigt nog steeds de wetenschappelijke consensus. Recent onderzoek plaatst echter grote vraagtekens bij deze veronderstelling.
Wil Roebroeks is hoogleraar Archeologie van de Oude Steentijd aan de Universiteit Leiden. De focus van zijn onderzoek is de archeologie van Neandertalers en van eerdere mensachtigen. In 2007 ontving hij de Spinoza-prijs voor zijn werk.
Een beknopt CV is hier te vinden.
Op maandag 9 januari 2012 sprak mevr. prof.dr. M.C. Cornel over: "Community Genetics and Public Health Genomics: Steeds meer mensen krijgen met genetica te maken"
Samenvatting: Ruim 10 jaar geleden maakte de president van de USA bekend dat de volgorde van het humane genoom in kaart was gebracht. De code van het erfelijk materiaal van de mens was nu bekend, en de verwachting was dat dit veel zou gaan betekenen voor de mensheid: betere diagnoses en behandeling, meer preventie. Enerzijds blijkt veel van de snelle ontwikkelingen rond genetisch onderzoek zich vooral af te spelen in het laboratorium of in de bioinformatica, anderzijds raakt genetica wel degelijk steeds vaker het leven van gewone burgers, zowel zieke als gezonde mensen.
In het hielprikprogramma worden pasgeborenen nagekeken op ernstige behandelbare aandoeningen. In 2005 werd dit programma in Nederland uitgebreid van 3 naar 17 ziekten. In Oostenrijk en de USA wordt nu al op een dertigtal ziekten gescreend. Kinderen met zeldzame behandelbare aandoeningen hebben daardoor minder ziekteverschijnselen en leven langer.
Volwassenen die op een relatief jonge leeftijd te maken krijgen met kanker, acute hartdood of diabetes hebben soms een foutje in één gen. Er zijn steeds meer voorbeelden waarbij je dan familieleden zou kunnen waarschuwen, en door controles, medicatie of aanpassing van leefstijl bij deze familieleden ziekte kunt voorkómen. De eerste persoon uit een familie die met zo’n vraag bij een klinisch genetisch centrum komt, krijgt een brief mee waarin de familieleden worden opgeroepen zich ook te laten testen.
De beloftes van de genetica worden soms verkocht op minder verantwoorde manier. Er zijn bedrijven die via internet genetische testen direct aan de consument aanbieden. Dit kan voordelen hebben (je beslist zelf over de informatie; het gaat niet via de huisarts of ziektenkostenverzekeraar), maar de nadelen zijn voorlopig groter: de testen nemen veelal de bekende niet-genetische risicofactoren niet mee, kijken soms naar enkele laag-risicogenen zonder de hoog-risicogenen mee te nemen, zijn niet aan de gebruikelijke kwaliteitscontrole gebonden, slaan patiëntenmateriaal automatisch ook op voor wetenschappelijk onderzoek zonder de toestemming adequaat te regelen. Te dele gaat het hier over testen die vermakelijk zijn: je oogkleur wordt voorspeld, of je alcohol snel afbreekt, uit welk gebied in Afrika je voorouders afkomstig zijn. Soms zijn de pakketten echter onvergelijkbaar, en zitten ernstige aandoeningen die vergaande consequenties kunnen hebben, verborgen in weinig risicovolle informatie.
Tenslotte worden geneesmiddelen steeds meer “op maat” voorgeschreven. Bepaalde tumoren zijn gevoelig voor bepaalde chemotherapie, of de prognose van een tumor kan zo gunstig zijn dat chemotherapie ontraden kan worden. Bijwerkingen die afhangen van de snelheid waarmee je een stof afbreekt, kunnen voorkomen worden door de dosis aan te passen. Apotheek informatiesystemen kunnen dergelijke informatie opslaan en gebruiken.
Een grote uitdaging is hoe zin van onzin te onderscheiden, en vervolgens hoe de zinnige medische innovaties te implementeren, in een gezondheidszorg die al zo veel verandert. Wanneer er evidentie is voor economisch verantwoorde en ethisch aanvaardbare innovaties, moeten we doorpakken.
Martina Cornel (1959) is in 2002 benoemd tot hoogleraar bij het VU Medisch Centrum te Amsterdam. Haar leerstoel is “Community Genetics en Public Health Genomics”. Zij is opgeleid als arts-epidemioloog en werkte eerder van 1993 tot 1999 als registratieleider van de Noord-Nederlandse EUROCAT registratie van aangeboren afwijkingen. Deze registratie was ondergebracht bij de Afdeling Medische Genetica van de Rijks Universiteit Groningen. Zij promoveerde in 1993 op het proefschrift “Registration and prevention of congenital anomalies” (promotor: prof.dr. Leo ten Kate). Veel van haar eerdere wetenschappelijke publicaties betreffen de epidemiologie en preventie van aangeboren afwijkingen, bijvoorbeeld foliumzuurgebruik ter preventie van neurale buisdefecten.
Haar huidige activiteiten hebben veelal te maken met de problematiek rond implementatie van grootschalige toepassingen van genetica/genomics in de praktijk. Zij is Principal Investigator binnen het Centre for Society and Genomics voor “Genomics applications” vanuit het Centre for Medical Systems Biology. Zij geeft leiding aan de sectie Community Genetics, waarin diverse onderzoeksprojecten rond genetische screening plaatsvinden (www.vumc.com/researchcommunitygenetics).
In 2009 was zij kandidaat voor de Senior Societal Impact Award van de VU. In 2010 won zij samen met Isa Houwink de CSG prijs “putting plans to practice”.
Leden kunnen de powerpoint presentatie in de rubriek "Lezingen" onder "Downloads" ophalen.
Op maandag 12 december sprak prof.ir. J.M. Schrijnen over: "Delta en Ruimte: De grondslagen van onze ruimtelijke identiteit en ons (on)vermogen tot sturing"
Samenvatting:De Nederlandse identiteit komt vanzelfsprekend mede voort uit het territorium waarin wij leven. Maar ons bestuurlijk systeem van territoriale democratie en vertegenwoordiging heeft weinig meer van doen met de opgaven waar wij ruimtelijk voor staan. Wat zijn dan die actuele ruimtelijke opgaven? Voorbereiding op klimaatverandering, metropoolvorming, schaalvergroting in de landbouw, bevolkingskrimp in de periferie en concentratie in de stedelijke ruimten. En niet in het minst een in de wereldeconomie ingebedde logistieke, diensten en productie economie. Kunnen we en willen we deze gegeven ruimtelijke opgaven nog wel begeleiden en faciliteren, of geven we dit land over aan de private krachten van markt en kapitaal die op alle niveau’s van de samenleving actief zijn...
Joost Schrijnen is stedebouwkundige. Heden ten dage programmadirecteur voor de ontwikkeling van een klimaatbestendige, ecologisch veerkrachtige en economisch vitale delta. Hij was eerder directeur Stadsontwikkeling Rotterdam, directeur Ruimte en Mobiliteit Provincie Zuid Holland, directeur voor de structuurvisie van groeistad Almere en deeltijd hoogleraar stedebouwkundig ontwerp van stad en regio aan de TUDelft.
De voordracht werd bijgewoond door meer dan 95 leden en genodigden.
Leden kunnen de powerpoint presentatie in de rubriek "Lezingen" onder "Downloads" ophalen.
Op maandag 7 november sprak prof.dr. B.J. ter Haar over: "China's geschiedenis: Wanneer is een dynastie succesvol"

In deze lezing ging de spreker in op de traditionele oordelen van Chinese historici over de grootsheid van hun dynastieën, met andere woorden welke dynastieën zij succesvol vinden en welke niet. De spreker betoogde dat diverse "grootse"dynastieën in veel opzichten nog erg zwak waren, maar alleen als "sterk” worden gezien omdat zij kortere of langere tijd een groot territorium hadden. Wanneer wij de geschiedenis van dynastieën als politieke systemen analyseren op grond van de kwaliteit van hun politieke instellingen, hun geweldsmonopolie en hun vermogen belasting te innen komen wij tot heel andere oordelen.
Barend J. ter Haar, geboren in 1958 in Groningen. Tijdens zijn studie in Leiden, studeerde hij ook in China en Japan. Hij is gepromoveerd in 1990 en heeft gewerkt in Heidelberg (1994-2000) en Leiden (1984-1994, 2000 heden). Hij is op dit moment hoogleraar Chinese geschiedenis. Hij heeft gepubliceerd over een breed scala aan onderwerpen, met als rode draad plaatselijke religie, ritueel, cultuur en geweld, Chinese minderheden, en geruchten. Zijn laatsts boek is “Het Hemels Mandaat: De geschiedenis van het Chinese keizerrijk” (a revisionist Dutch language history of China until 1911; Amsterdam: Amsterdam University Press, 2009, tweede druk 2010). Op dit moment legt hij de laatste hand aan een boek over een leken-boeddhistische groepering die geen voorouders vereert, wat in China extreem zeldzaam is.
De voordracht werd bijgewoond door meer dan 115 leden en genodigden.
Leden kunnen de powerpoint presentatie in de rubriek "Lezingen" onder "Downloads" ophalen.
Op maandag 3 oktober 2011 sprak voor Physica prof.dr. C. de Jager over "Ons klimaat, gedreven door de Zon"

De evolutie van onze aardatmosfeer liep parallel met die van de zon. De zon ontstond door het samenballen van een gaswolk in de interstellaire ruimte, werd onze stralende levensbrenger, zal in vijf miljard jaren over zijn gegaan in een duizend maal sterker stralende reuzenster en tot slot ineenstorten tot een witte dwerg. Toen op aarde het leven ontstond, in een atmosfeer zonder zuurstof, was de zon nog een vrij zwak stralende ster. Hoe kon op die in beginsel ijskoude aarde toch leven ontstaan? En waarom ontstonden in de afgelopen paar miljoen jaren de ijstijden? Hoe beïnvloedt de zon het klimaat op korte termijn? Komt er weer een ‘Kleine IJstijd’? Het is te verwachten dat het hoog ontwikkelde leven zijn langste tijd heeft gehad.
De avond werd bezocht door meer dan 150 leden en genodigden, waaronder een groot aantal leerlingen van de Openbare Scholengemeenschap Willem Blaeu te Alkmaar.
Op de website van prof. de Jager http://www.cdejager.com/ vindt u een schat van informatie over dit onderwerp en tal van presentaties over andere astrofysische onderwerpen. Zijn presentatie is door ingelogde leden ook in de rubriek "Lezingen" onder "downloads" van onze eigen website op te halen.
Verder wees hij op het symposium van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Weer- en Sterrenkunde (http://www.astro.rug.nl/~nvws/) op zaterdag 19 november in Utrecht over de Zon. Op http://www.dekoepel.nl/symposium2011.html vindt u alle informatie hierover. Geïnteresserden zijn van harte welkom.
In de NRC van 10 september jl. verscheen een artikel over prof. de Jager; u kunt dit hier ophalen

