Welkom

Het Alkmaarse Natuur- en Letterkundig Genootschap Physica, opgericht in 1782 en sinds 16 oktober 2007 koninklijk, organiseert jaarlijks voor zijn leden en genodigden een zevental lezingen op het gebied van de α en β-wetenschappen. Daarnaast organiseren discussiegroepen periodieke bijeenkomsten waarop onderwerpen aan de hand van geselecteerde litteratuur uitvoerig worden besproken.

Leden en aspirant-leden kunnen zich registreren met o.a. een inlognaam en een wachtwoord; zij krijgen dan onderscheiden toegangsrechten op deze site. Door met deze gegevens in te loggen kunnen zij ook de besloten delen van de site bezoeken en er informatie uit ophalen.
Andere bezoekers zien alleen het openbare deel van deze website.

Voor inlichtingen over Physica of opmerkingen mbt deze website kunt u contact opnemen met het secretariaat

 

Algemene Ledenvergadering

Het bestuur nodigt de leden uit voor de Algemene Ledenvergadering op 5 maart 2012 in de Trefpuntkerk, Louise de Colignystraat 20, 1814 JA te Alkmaar. Deze zal om 19:00 uur stipt worden geopend (voorafgaand aan de avondbijeenkomst). De stukken voor deze vergadering kunt u hier ophalen.

Avondbijeenkomst 5 maart 2012

Het bestuur nodigt leden en genodigden uit voor de bijeenkomst op maandag 5 maart om 20:00 uur stipt in de Trefpuntkerk, Louise de Colignystraat 20, 1814 JA te Alkmaar. Op deze avond zal spreken:

prof.dr. M.T.C. Mathijsen over "Harry Mulisch tussen Orpheus en Odysseus"

Het convocaat kunt u hier downloaden. Heeft u problemen met het downloaden, dan kunnen deze aanwijzingen u misschien helpen.

Het werk van Harry Mulisch beschrijft hij zelf als een groot organisme waarin alles met elkaar verbonden is. Dat blijkt inderdaad wanneer je zijn boeken onderling vergelijkt. Altijd gaat het om de mens die probeert natuurwetten te overwinnen. De mens kan er zich niet erbij neerleggen dat er grenzen zijn en hij probeert die te overschrijden. Dat loopt meestal verkeerd af. De dood, het zelf scheppen van leven, het verstrijken van tijd en het tegennatuurlijke vernietigen zijn de centrale thema's in zijn boeken. Daarbij manoeuvreert hij zijn romanfiguren in een ruimte waarin ze geconfronteerd worden met wetenschappelijke, technologische ontwikkelingen en onveranderlijke oerelementen van de mens. Die laatste vindt hij terug in de klassieke mythologie. Hij is zijn leven lang al geobsedeerd geweest door twee klassieke helden: Orpheus en Odysseus. Deze twee verschillende helden verbindt hij in zijn werk met elkaar en ze komen in zijn oeuvre onder verschillende gedaanten terug.

 

Marita Mathijsen is hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Bij haar emeritaat werd ze benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau. Zij is gespecialiseerd op het gebied van de negentiende-eeuwse literatuur. Haar boek met gefingeerde interviews met negentiende-eeuwse auteurs (De geest van de dichter) werd bekroond met de Multatuliprijs 1991. Voor haar werkzaamheden ontving zij de Prins Bernhard Fonds Prijs voor de Geesteswetenschappen. In 2002 verscheen haar boek De gemaskerde eeuw over de mentaliteit van de negentiende eeuw (3e druk 2007). Ze schrijft geregeld voor NRC Handelsblad. In 2009 verzorgde zij de Huizinga-lezing, die verscheen onder de titel Historische sensatiezucht. Haar colleges over de negentiende eeuw werden op cd gezet bij Home Academy, onder de titel De waarde van het woord (2010). Eind 2011 verscheen haar essaybundel Vroeger is ook mooi. Zij publiceert geregeld over het oeuvre van Harry Mulisch. Van haar verscheen onder andere een bundel met biografische interviews Het voorbestemde toeval (2002) en een interpretatie van zijn werk: Twee vrouwen en meer. Over het werk van Harry Mulisch (2008).

Op maandag 6 februari 2012 sprak prof.dr. J.W.M. Roebroeks over: "Het vroegste gebruik van vuur en de IJstijd-bewoningsgeschiedenis van Europa."

Samenvatting: Een van de (vele) debatten in de archeologie van vroege mensachtigen gaat over de vraag wanneer onze vroege voorouders vuur begonnen te gebruiken en te produceren. Darwin veronderstelde reeds dat de bewoning van koudere streken, zoals Europa, mogelijk gemaakt werd door het systematisch gebruik van vuur, en zijn aanname vertegenwoordigt nog steeds de wetenschappelijke consensus. Recent onderzoek plaatst echter grote vraagtekens bij deze veronderstelling.

 

Wil Roebroeks is hoogleraar Archeologie van de Oude Steentijd aan de Universiteit Leiden. De focus van zijn onderzoek is de archeologie van Neandertalers en van eerdere mensachtigen. In 2007 ontving hij de Spinoza-prijs voor zijn werk. Een beknopt CV is hier te vinden.

De voordracht werd bijgewoond door meer dan 115 leden en genodigden.

Op maandag 9 januari 2012 sprak mevr. prof.dr. M.C. Cornel over: "Community Genetics and Public Health Genomics: Steeds meer mensen krijgen met genetica te maken"

Samenvatting: Ruim 10 jaar geleden maakte de president van de USA bekend dat de volgorde van het humane genoom in kaart was gebracht. De code van het erfelijk materiaal van de mens was nu bekend, en de verwachting was dat dit veel zou gaan betekenen voor de mensheid: betere diagnoses en behandeling, meer preventie. Enerzijds blijkt veel van de snelle ontwikkelingen rond genetisch onderzoek zich vooral af te spelen in het laboratorium of in de bioinformatica, anderzijds raakt genetica wel degelijk steeds vaker het leven van gewone burgers, zowel zieke als gezonde mensen.

In het hielprikprogramma worden pasgeborenen nagekeken op ernstige behandelbare aandoeningen. In 2005 werd dit programma in Nederland uitgebreid van 3 naar 17 ziekten. In Oostenrijk en de USA wordt nu al op een dertigtal ziekten gescreend. Kinderen met zeldzame behandelbare aandoeningen hebben daardoor minder ziekteverschijnselen en leven langer.

Volwassenen die op een relatief jonge leeftijd te maken krijgen met kanker, acute hartdood of diabetes hebben soms een foutje in één gen. Er zijn steeds meer voorbeelden waarbij je dan familieleden zou kunnen waarschuwen, en door controles, medicatie of aanpassing van leefstijl bij deze familieleden ziekte kunt voorkómen. De eerste persoon uit een familie die met zo’n vraag bij een klinisch genetisch centrum komt, krijgt een brief mee waarin de familieleden worden opgeroepen zich ook te laten testen.

De beloftes van de genetica worden soms verkocht op minder verantwoorde manier. Er zijn bedrijven die via internet genetische testen direct aan de consument aanbieden. Dit kan voordelen hebben (je beslist zelf over de informatie; het gaat niet via de huisarts of ziektenkostenverzekeraar), maar de nadelen zijn voorlopig groter: de testen nemen veelal de bekende niet-genetische risicofactoren niet mee, kijken soms naar enkele laag-risicogenen zonder de hoog-risicogenen mee te nemen, zijn niet aan de gebruikelijke kwaliteitscontrole gebonden, slaan patiëntenmateriaal automatisch ook op voor wetenschappelijk onderzoek zonder de toestemming adequaat te regelen. Te dele gaat het hier over testen die vermakelijk zijn: je oogkleur wordt voorspeld, of je alcohol snel afbreekt, uit welk gebied in Afrika je voorouders afkomstig zijn. Soms zijn de pakketten echter onvergelijkbaar, en zitten ernstige aandoeningen die vergaande consequenties kunnen hebben, verborgen in weinig risicovolle informatie.

Tenslotte worden geneesmiddelen steeds meer “op maat” voorgeschreven. Bepaalde tumoren zijn gevoelig voor bepaalde chemotherapie, of de prognose van een tumor kan zo gunstig zijn dat chemotherapie ontraden kan worden. Bijwerkingen die afhangen van de snelheid waarmee je een stof afbreekt, kunnen voorkomen worden door de dosis aan te passen. Apotheek informatiesystemen kunnen dergelijke informatie opslaan en gebruiken.

Een grote uitdaging is hoe zin van onzin te onderscheiden, en vervolgens hoe de zinnige medische innovaties te implementeren, in een gezondheidszorg die al zo veel verandert. Wanneer er evidentie is voor economisch verantwoorde en ethisch aanvaardbare innovaties, moeten we doorpakken.

 

Martina Cornel (1959) is in 2002 benoemd tot hoogleraar bij het VU Medisch Centrum te Amsterdam. Haar leerstoel is “Community Genetics en Public Health Genomics”. Zij is opgeleid als arts-epidemioloog en werkte eerder van 1993 tot 1999 als registratieleider van de Noord-Nederlandse EUROCAT registratie van aangeboren afwijkingen. Deze registratie was ondergebracht bij de Afdeling Medische Genetica van de Rijks Universiteit Groningen. Zij promoveerde in 1993 op het proefschrift “Registration and prevention of congenital anomalies” (promotor: prof.dr. Leo ten Kate). Veel van haar eerdere wetenschappelijke publicaties betreffen de epidemiologie en preventie van aangeboren afwijkingen, bijvoorbeeld foliumzuurgebruik ter preventie van neurale buisdefecten.
Haar huidige activiteiten hebben veelal te maken met de problematiek rond implementatie van grootschalige toepassingen van genetica/genomics in de praktijk. Zij is Principal Investigator binnen het Centre for Society and Genomics voor “Genomics applications” vanuit het Centre for Medical Systems Biology. Zij geeft leiding aan de sectie Community Genetics, waarin diverse onderzoeksprojecten rond genetische screening plaatsvinden (www.vumc.com/researchcommunitygenetics).
In 2009 was zij kandidaat voor de Senior Societal Impact Award van de VU. In 2010 won zij samen met Isa Houwink de CSG prijs “putting plans to practice”.

De voordracht werd bijgewoond door meer dan 120 leden en genodigden. Leden kunnen de powerpoint presentatie in de rubriek "Lezingen" onder "Downloads" ophalen.

Op maandag 12 december sprak prof.ir. J.M. Schrijnen over: "Delta en Ruimte: De grondslagen van onze ruimtelijke identiteit en ons (on)vermogen tot sturing"

Samenvatting:De Nederlandse identiteit komt vanzelfsprekend mede voort uit het territorium waarin wij leven. Maar ons bestuurlijk systeem van territoriale democratie en vertegenwoordiging heeft weinig meer van doen met de opgaven waar wij ruimtelijk voor staan. Wat zijn dan die actuele ruimtelijke opgaven? Voorbereiding op klimaatverandering, metropoolvorming, schaalvergroting in de landbouw, bevolkingskrimp in de periferie en concentratie in de stedelijke ruimten. En niet in het minst een in de wereldeconomie ingebedde logistieke, diensten en productie economie. Kunnen we en willen we deze gegeven ruimtelijke opgaven nog wel begeleiden en faciliteren, of geven we dit land over aan de private krachten van markt en kapitaal die op alle niveau’s van de samenleving actief zijn...

Joost Schrijnen is stedebouwkundige. Heden ten dage programmadirecteur voor de ontwikkeling van een klimaatbestendige, ecologisch veerkrachtige en economisch vitale delta. Hij was eerder directeur Stadsontwikkeling Rotterdam, directeur Ruimte en Mobiliteit Provincie Zuid Holland, directeur voor de structuurvisie van groeistad Almere en deeltijd hoogleraar stedebouwkundig ontwerp van stad en regio aan de TUDelft.

De voordracht werd bijgewoond door meer dan 95 leden en genodigden.
Leden kunnen de powerpoint presentatie in de rubriek "Lezingen" onder "Downloads" ophalen.