Programma Koninklijk Genootschap Physica 2011-12
03-Oct-11 - prof.dr. C. de Jager (emeritus professor on solar physics) over: "Ons klimaat, gedreven door de Zon"
Samenvatting:
De evolutie van onze aardatmosfeer liep parallel met die van de zon. De zon ontstond door het samenballen van een gaswolk in de interstellaire ruimte, werd onze stralende levensbrenger, zal in vijf miljard jaren over zijn gegaan in een duizend maal sterker stralende reuzenster en tot slot ineenstorten tot een witte dwerg. Toen op aarde het leven ontstond, in een atmosfeer zonder zuurstof, was de zon nog een vrij zwak stralende ster. Hoe kon op die in beginsel ijskoude aarde toch leven ontstaan? En waarom ontstonden in de afgelopen paar miljoen jaren de ijstijden? Hoe beïnvloedt de zon het klimaat op korte termijn? Komt er weer een ‘Kleine IJstijd’? Het is te verwachten dat het hoog ontwikkelde leven zijn langste tijd heeft gehad.
Cornelis de Jager (29-04-1921; Den Burg, NL) passed his doctor’s thesis in Utrecht University (1952, cum laude) on the topic ‘the Hydrogen spectrum of the Sun’. He was since mainly involved in solar research. Initially, the research was directed towards determining the physical structure of the solar atmosphere, later it moved to solar variability, chiefly the solar flare, its mechanisms and effects. He was directing various space experiments for solar and stellar flare research. From 1980 onward the main part of his interest went more to the study of supergiant stars, a theme that is still part of his attention. After his moving to Texel (2003) he got involved, as a voluntary coworker of the Royal Netherlands Institute for Sea Research, in the study of sun-climate relationships.
He was director of the Utrecht Observatory, founder and first director of the Utrecht Space Research Laboratory, and founder of the Astrophysical Institute of Brussels Free University.
He was general secretary of IAU (International Astronomical Union), president of COSPAR (Intl. organization for co-operation in Space Research) and president of ICSU (Intl. Council for Science). He founded and was first editor of the journals `Space Science Reviews’ and ‘Solar Physics’. He is member of various learned societies, among which the Royal Netherlands Academy of Arts and Sciences, the Royal Belgian Academy of Arts and Sciences, the Academia Leopoldina (Halle, Germany), the Indian Science Academy, Academia Europaea, etc. He received honorary doctorates in Paris and Wroclaw. He was recipient of awards and distinctions among which the Gold Medal of the Royal Astron. Soc. (UK), the Hale Medal of the Amer. Astron. Soc. (for solar research, US), the Jules Janssen Medal (for solar research, France), the Karl Schwarzschild Medal (for astrophysics, Germany), the Gagarin Medal and Ziolkowski Medal (space research, S.U.), the COSPAR medal for international cooperation, etc. He is honorary citizen of the island of Texel and honorary member of SCOSTEP, the international organization for solar-terrestrial physics
07-Nov-11 - prof.dr. B.J. ter Haar (Sinological Institute, Universiteit Leiden) over: "China's geschiedenis: Wanneer is een dynastie succesvol"
Samenvatting:
In deze lezing gaat de spreker in op de traditionele oordelen van Chinese historici over de grootsheid van hun dynastieën, met andere woorden welke dynastieën zij succesvol vinden en welke niet. De spreker zal betogen dat diverse "grootse"dynastieën in veel opzichten nog erg zwak waren, maar alleen als "sterk” worden gezien omdat zij kortere of langere tijd een groot territorium hadden. Wanneer wij de geschiedenis van dynastieën als politieke systemen analyseren op grond van de kwaliteit van hun politieke instellingen, hun geweldsmonopolie en hun vermogen belasting te innen komen wij tot heel andere oordelen.
Barend J. ter Haar, geboren in 1958 in Groningen. Tijdens zijn studie in Leiden, studeerde hij ook in China en Japan. Hij is gepromoveerd in 1990 en heeft gewerkt in Heidelberg (1994-2000) en Leiden (1984-1994, 2000 heden). Hij is op dit moment hoogleraar Chinese geschiedenis. Hij heeft gepubliceerd over een breed scala aan onderwerpen, met als rode draad plaatselijke religie, ritueel, cultuur en geweld, Chinese minderheden, en geruchten. Zijn laatsts boek is “Het Hemels Mandaat: De geschiedenis van het Chinese keizerrijk” (a revisionist Dutch language history of China until 1911; Amsterdam: Amsterdam University Press, 2009, tweede druk 2010). Op dit moment legt hij de laatste hand aan een boek over een leken-boeddhistische groepering die geen voorouders vereert, wat in China extreem zeldzaam is.
Verdere informatie:
Study of sinology from September 1976 - August 1984, at Leiden University (the Netherlands). Studies abroad: Mainland China (University of Liaoning in Shenyang, from August 1979 - July 1980), Japan (University for Foreign Languages in Osaka, from April - August 1982, University of Kyûshû from August 1982 - April 1984).
University Lecturer of Modern Chinese at Leiden University (September 1984 - July 1986). University Lecturer of Classical Chinese and Chinese History at Leiden University (August 1986 - July 1992).
Dissertation: January 10, 1990 (Leiden University, thesis advisors prof. S. Naquin of Princeton University [then at the University of Pennsylvania] and prof. E. Zürcher of Leiden University, judicium cum laude).
Research Fellow of the Royal Dutch Academy of Arts and Sciences, Leiden University (February 1991 - January 1994).
Research Fellow of the International Institute for Asian Studies, Leiden (March 1994 - December 1995).
Recipient of a Chiang Ching-kuo research scholarship (July - September 1994, discontinued because of appointment in Heidelberg).
Director of the Researchprogram on "Endangered Minorities in Southeast Asia" of the International Institute for Asian Studies, Leiden (March 1994 - November 1995).
C3 Professor of the Social and Economic History of China at the University of Heidelberg (October 1994 - September 2000).
Chair of Chinese History at Leiden University (Sinological Institute) (August 2000 - present).
Member of the Board of the International Institute for Asian Studies (January 2001 - December 2008).
Co-editor of the sinological journal T'oung Pao (with professor Pierre-Etienne Will of the Collége de France, Paris) (October 2000 - present).
Responsible professor for the libraries of the Sinological Institute (January 2001 - August 2009).
Chair of the Department for Chinese Studies (August 15 2002- September 1 2004)(June 17 2009- present).
Director of the CNWS, Research School for Asian, African, and Amerindian Studies (September 2004 - August 2007).
Member of the editorial board: Hanxue yanjiu and Oriens Extremu.
12-Dec-11 - prof.ir. J.M. Schrijnen (TU Delft, Facultteit Stedenbouwkunde, Urbanism; Praktijkhoogleraar Ruimtelijke Planning en Strategie) over: "Delta en Ruimte: De grondslagen van onze ruimtelijke identiteit en ons (on)vermogen tot sturing"
Joost Schrijnen is stedebouwkundige. Heden ten dage programmadirecteur voor de ontwikkeling van een klimaatbestendige, ecologisch veerkrachtige en economisch vitale delta. Hij was eerder directeur Stadsontwikkeling Rotterdam, directeur Ruimte en Mobiliteit Provincie Zuid Holland, directeur voor de structuurvisie van groeistad Almere en deeltijd hoogleraar stedebouwkundig ontwerp van stad en regio aan de TUDelft.
09-Jan-12 prof.dr. M.C. Cornel (Hoogleraar community genetics en public health genomics bij het VU medisch centrum in Amsterdam) over: "Community Genetics and Public Health Genomics: Steeds meer mensen krijgen met genetica te maken"

Martina Cornel (1959) is in 2002 benoemd tot hoogleraar bij het VU Medisch Centrum te Amsterdam. Haar leerstoel is “Community Genetics en Public Health Genomics”. Zij is opgeleid als arts-epidemioloog en werkte eerder van 1993 tot 1999 als registratieleider van de Noord-Nederlandse EUROCAT registratie van aangeboren afwijkingen. Deze registratie was ondergebracht bij de Afdeling Medische Genetica van de Rijks Universiteit Groningen. Zij promoveerde in 1993 op het proefschrift “Registration and prevention of congenital anomalies” (promotor: prof.dr. Leo ten Kate). Veel van haar eerdere wetenschappelijke publicaties betreffen de epidemiologie en preventie van aangeboren afwijkingen, bijvoorbeeld foliumzuurgebruik ter preventie van neurale buisdefecten.
Haar huidige activiteiten hebben veelal te maken met de problematiek rond implementatie van grootschalige toepassingen van genetica/genomics in de praktijk. Zij is Principal Investigator binnen het Centre for Society and Genomics voor “Genomics applications” vanuit het Centre for Medical Systems Biology. Zij geeft leiding aan de sectie Community Genetics, waarin diverse onderzoeksprojecten rond genetische screening plaatsvinden (www.vumc.com/researchcommunitygenetics).
In 2009 was zij kandidaat voor de Senior Societal Impact Award van de VU. In 2010 won zij samen met Isa Houwink de CSG prijs “putting plans to practice”.
06-Feb-12 - prof.dr. J.W.M. Roebroeks (Faculteit Archeologie, Human Origins, Universiteit Leiden) over: "Het vroegste gebruik van vuur en de Ijstijd-bewoningsgeschiedenis van Europa"

Samenvatting:
Een van de (vele) debatten in de archeologie van vroege mensachtigen gaat over de vraag wanneer onze vroege voorouders vuur begonnen te gebruiken en te produceren. Darwin veronderstelde reeds dat de bewoning van koudere streken, zoals Europa, mogelijk gemaakt werd door het systematisch gebruik van vuur, en zijn aanname vertegenwoordigt nog steeds de wetenschappelijke consensus. Recent onderzoek plaatst echter grote vraagtekens bij deze veronderstelling.
Verdere informatie:
Wil Roebroeks is hoogleraar Archeologie van de Oude Steentijd aan de Universiteit Leiden. De focus van zijn onderzoek is de archeologie van Neandertalers en van eerdere mensachtigen. In 2007 ontving hij de Spinoza-prijs voor zijn werk.
Een beknopt CV vindt u op de websiate van zijn faculteit
05-Mar-12 - prof.dr. M.T.C. Mathijsen (Emeritus hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde UvA, Capaciteitsgroep Nederlandse Letterkunde) over: "Harry Mulisch tussen Orpheus en Odysseus"
prof.dr. M.T.C. (Marita) Mathijsen-Verkooijen, Marita Theodora Catharina Mathijsen-Verkooijen (Belfeld, 18 augustus 1944) is emeritus hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam met als specialisme de literatuur van de negentiende eeuw in Nederland.
Zij is specialiste op het gebied van het oeuvre van Harry Mulisch. Zij schreef zijn bibliografie en stelde een bundel interviews samen. In 2008 verscheen een studie over zijn werk onder de titel ''Twee vrouwen en meer'' (De Bezige Bij, Amsterdam, 2008). Op de website van De Bezige Bij was zij enige tijd te raadplegen als 'Mulischconsulent'. Daarmee was zij de eerste specialist die via het web een literatuurconsulentschap instelde.
02-Apr-12 - prof.dr. R.J. de Meijer (emeritus hoogeleraar Nucleaire Geofysica Rijksuniversiteit Groningen en Technische Universiteit Eindhoven, en bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Weskaapland, Kaapstad, Zuid-Afrika) over: "Hoe werkt de Aarde?"
Rob de Meijer (1940, Amsterdam) behaalde zijn diploma HBS-B in 1959 aan het R.K. Lyceum voor het Gooi in Hilversum. Aansluitend studeerde hij wis- en natuurkunde aan de Rijksuniversiteit Utrecht en de Universiteit van Oslo (Noorwegen). Na zijn promotie-onderzoek (Utrecht, 1971) op een kernfysisch onderwerp werkte hij korte tijd aan de universiteit van Nice, Frankrijk, om daarna gedurende twee jaar als
post-doc te zijn verbonden aan Florida State University, Tallahassee, USA.
In 1973 werd hij wetenschappelijk medewerker aan het Kernfysisch Versneller Instituut (KVI) van de Rijksuniversiteit te Groningen. In die periode verbleef hij in 1977-1978 als gastonderzoeker aan het Lawrence Berkeley Laboratory, Berkeley, Ca, USA. Vanaf 1980 raakte hij meer een meer betrokken bij de toepassing van kernfysische technieken. In die hoedanigheid maakte hij deel uit van de Commissie Radon van de Gezondheidsraad (1981-1983), als adviseur van het Nationale onderzoekprogramma’s SAWORA (1982-1986) en RENA (1985-1986), als consultant van de School of Architecture, Florida A&M University, Tallahassee, USA (1988-1994) en als wetenschappelijke projectleider van het Tsho Rolpa project te Nepal (1991-1994). In 1987 werd hij hoofd van de huidige Nuclear Geophysics Division van het KVI.
In 1992 werd hij benoemd tot deeltijd hoogleraar aan de TU/e, waarinhij de kernfysische technieken toepasbaar maakte voor transportonderhoud in bouwmaterialen. In 2000 werd hij benoemd tot buitengewoon hoogleraar aan de Universiteit van Weskaapland bij Kaapstad, Zuid-Afrika. In 2004 volgde de benoeming tot bijzonder hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen. In totaal begeleidde hij een tiental promovendi en een veelvoud daarvan aan studenten.
Daarnaast was hij een tiental jaren actief als opsporingsambtenaar voor een aantal natuurbeschermingswetten, lid van besturen en raden van milieu- en natuurorganisaties, lid van de Commissie Opslag Radioactief Afval (CORA) van het Ministerie van EZ. In 2000 en 2001 werden uit het werk van NGD twee bedrijven in Groningen opgericht.
In 1986 ontving Rob de Meijer de persprijs Groningen, in 2000 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau en in dat jaar ontving hij de Wubbo Ockelsprijs van de stad Groningen. Sinds 2004 is hij de internationale programmaleider van ''Earth Antineutrino Tomography'' (EARTH). Hij is mede-auteur van meer dan 150 wetenschappelijke artikelen en van het populair-wetenschappelijke boek
''Radioactiviteit''. Hij is als uitvinder betrokken bij vier octrooien en octrooiaanvragen.

